Projecten

 

Een selectie van projecten die ik eerder heb uitgevoerd.

Regie Beschermingsbewind

 

Beschermingsbewind – hoe houden gemeenten de uitgaven in de hand

Project ‘Regie bewindvoering’ gemeente Rotterdam

 

Gemeenten springen financieel bij als iemand die ‘onder bewind staat’, de bewindvoerder niet zelf kan betalen. Die uitgaven zijn de laatste jaren enorm gestegen. Hoe houd je daar grip op als gemeente? Bij het project ‘Regie Bewindvoering’, uitgevoerd in Rotterdam, ging het om die vraag: hoe krijgen we meer inzicht? En wat is de (werk)wijze om overzicht te kunnen houden? Van januari tot november 2018 heb ik voor dit project als interim-projectleider kwartier mogen maken: van ideevorming hoe dit aan te pakken en opstarten van activiteiten tot de eerste evaluatie. Ik heb er veel kennis en ervaring opgedaan, die ik nu graag inzet voor andere gemeenten.

 

‘Onder bewind’
In Nederland zijn momenteel 24000 mensen onder bewind gesteld. Je zou kunnen zeggen dat zij onder toezicht staan. De reden is meestal dat zij zelf niet in staat zijn om hun ‘vermogensrechtelijke belangen’, hun financiën bijvoorbeeld, en beheer van goederen op orde te houden. Het onder bewind stellen gebeurt door de rechter. Deze bepaalt de noodzaak van beschermingsbewind en stelt goederen en vermogen (spaargeld, inkomen, schuld) van de persoon om wie het gaat, ‘onder bewind’. Voor het beheer stelt de rechtbank – in overleg – een bewindvoerder aan, die wat betreft de kwaliteit van zijn dienstverlening door de rechtbank beoordeeld wordt.

 

Wie betaalt?
Bewindvoering is geen publieke taak van de overheid. Het wordt in de markt uitgevoerd. Alleen als iemand daarvoor geen geld heeft, springt de gemeente bij in de vorm van bijzondere bijstand om de bewindvoerder te betalen voor zijn werkzaamheden. Sinds 2014 is het aantal mensen ‘onder bewind’ drastisch toegenomen. Dit zijn vooral mensen met schulden, deels in combinatie met geestelijke problematiek en/of verstandelijke beperkingen. Omdat zij bijzondere bijstand nodig hebben, zijn deze uitgaven voor gemeenten de laatste jaren flink gestegen. Alle gemeenten stellen zich als doel om meer grip te krijgen op deze uitgaven, maar dat is een zeer ingewikkeld vraagstuk. Ook in het regeerakkoord is hierover al een voornemen opgenomen voor een wijziging in landelijke wetgeving.

 

Project Regie bewindvoering
In de afgelopen jaren zijn al verschillende pilots in het land ontwikkeld om meer vat te krijgen op deze uitgaven. Zo ook in Rotterdam, waar ik als kwartiermaker aan het project Regie bewindvoering leiding mocht geven. In dit project zijn we van niets (wie zijn de bewindvoerders?) gekomen tot een verbeterde samenwerking en een gerichte aanpak. Na rondetafelgesprekken hebben we inzicht gekregen in de kenmerken van de onder bewind gestelde inwoners van Rotterdam, de activiteiten van de bewindvoerders, de rol van de rechtbank én kansen voor samenwerking. De resultaten zijn bemoedigend. Omdat het project erop gericht is doorstroom op gang te krijgen, is de directe financiële winst nog niet meetbaar. Maar de maatschappelijke winst die het verbeteren van dienstverlening voor inwoners met de bewindvoerders oplevert, is groot.

 

Wat hebben we gedaan?
Binnen dit project hebben we verschillende activiteiten ontwikkeld. Bureau Bartels deed in Rotterdam een onderzoek naar de kernmerken van de mensen die onder bewind waren gesteld en naar de toeleiding naar schuldhulpverlening door bewindvoerders.

 

Een tweede deelproject was ‘Uit Bewind’. Als de schulden zijn opgelost of het moment van een ‘schone lei’ in zicht is, kan de rechter het bewind opheffen. Dan komen cliënten er na jaren weer alleen voor te staan. En zullen ze weer zelf hun belangen moeten behartigen. Bewindvoerders werden uitgenodigd om cliënten voor wie dit opging, aan te melden voor een coachingstraject ‘Uit Bewind’.

Het belangrijkste onderdeel van het project was een ‘verkenning’ met de bewindvoerders naar de stand van zaken van schulddienstverlening. Een bewindvoerder waakt over inkomsten en uitgaven, zorgt voor stabilisatie met een budgetplan, maar is niet aan termijnen gebonden om de schulddienstverlening (meestal door de gemeente) aan te vragen. Soms zijn de schulden ook niet te saneren door de gemeente, maar moet de bewindvoerder de gang naar de rechter maken voor een wettelijke schuldregeling. In het project is een team van medewerkers hierover met de bewindvoerders in gesprek gegaan. Zo is samenwerking ontstaan tussen gemeentelijke diensten en de bewindvoerders. En zo is ook de aanzet gegeven om cliënten eerder uitzicht te bieden op een schuldregeling. Met natuurlijk uiteindelijk het doel om schuldenvrij te zijn, mogelijk zonder bewindvoerder.

 

Vervolg
Het project is overgedragen aan projectmanagement binnen de gemeente en zal in 2019 grotendeels in de lijn van het eerste jaar verdergaan. U kunt de visie en aanpak teruglezen in de aanbiedingsbrief van de wethouder aan de gemeenteraad. Daarin wordt ook verwezen naar het onderzoek door Bureau Bartels, als onderdeel van dit project ‘regie bewind’. https://rotterdam.raadsinformatie.nl/modules/1/ingekomen%20stukken/473617

 

Ook op landelijk niveau is er aandacht voor dit onderwerp. Er is wetgeving (adviesrecht gemeenten) in de maak om vanuit de gemeenten meer grip te krijgen op deze uitgaven. Elke gemeente zal bij elk verzoek aan de rechtbank om onder bewind gesteld te worden een advies moeten voegen over de meest passende oplossing voor de financiële dienstverlening aan de cliënt. Samenwerking met rechtbank en bewindvoerders is daarvoor cruciaal.

 

Ook voor uw gemeente?
Ik heb met dit project veel kennis en ervaring opgedaan die ik graag wil inzetten voor andere gemeenten. Het is bijvoorbeeld al snel mogelijk om tot een plan van aanpak te komen voor úw gemeente. Daarvoor zijn een scan over de gemeentelijke uitgaven voor bijzondere bijstand, inrichting van schulddienstverlening en een aantal gesprekken met rechtbank en bewindvoerder voldoende. En vervolgens is het misschien mogelijk om op basis van deze scan een project ‘regie bewind’ bij u in de gemeente in te richten. Hebt u belangstelling? Laten we er dan eens over praten.

MDA++

 

In de aanpak van huiselijk geweld is het belangrijk dat partijen vanuit de strafketen en de zorgketen samenwerken. Dat lijkt logisch, maar is het niet altijd. In zeer ernstige zaken komt het vaak voor dat partijen niet van elkaar weten wie, wat, wanneer doet, allemaal met de intentie de situatie voor betrokkenen te verbeteren. In MDA++ werken politie, Openbaar Ministerie en 12 zorgpartijen met elkaar samen om samen met de betrokkenen van het geweld in dialoog te werken aan een veiliger toekomst. In Haaglanden heb ik aan dit project leiding mogen geven en het geborgd door het project onder te brengen bij Veilig Thuis Haaglanden en het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden. Een spannende ontwikkeling, maar voor de mensen die te maken hebben met ernstig huiselijk geweld een stap de goede kant op.

Mannenopvang

 

In 2008 was duidelijk dat er behoefte was aan opvang voor mannelijke slachtoffers van Huiselijk Geweld. Tot dan moesten mannen naar de reguliere maatschappelijke opvang, maar die bood onvoldoende veiligheid en was niet ingericht op de vraag van deze slachtoffers. In G4-verband hebben we daarom als opvanginstellingen voor vrouwenopvang met de vier gemeenten draagvlak gezocht en aanvullende financiering vanuit het rijk weten te krijgen voor een pilot ‘mannenopvang’. De mannenopvang bestaat nog steeds, waar ik erg trots op ben.

Samenwerking Straf en Zorg op de ZSM-tafel met OM, Politie en Reclassering

 

In de ZSM-werkwijze  – een landelijk programma om veel voorkomende misdrijven daadkrachtig aan te pakken –  beslist het OM na aanhouding van de verdachte zo spoedig mogelijk over het afdoeningstraject. Waar mogelijk wordt direct een afdoeningsbeslissing genomen. Het gaat hierbij om betekenisvolle interventies, waarbij verdachten een passende reactie krijgen, recht wordt gedaan aan de positie van het slachtoffers, en de buurt merkt hoe snel daders worden gecorrigeerd. Dat alles in een strafrechtketen waarin de partners samen een schakel vormen. En dus snel schakelen.

Vanaf het begin in 2011 was duidelijk dat het van essentieel belang was om aan deze werkwijze van ZSM (een samenwerking van OM, Politie, Reclassering, Raad voor de Kinderbescherming en Slachtofferhulp) de inbreng van de expertise op huiselijk geweld door het Steunpunt Huiselijk Geweld toe te voegen. In Haaglanden waren wij (het Steunpunt Huiselijk Geweld) koploper met het deelnemen aan overleggen en in de samenwerking op de werkvloer, om zo bij te dragen aan een betekenisvolle interventie bij Huiselijk Geweld. Mijn rol als manager was om de samenwerking tot stand te brengen en te volgen vanaf het begin van de ZSM (2013). Later, in 2019 en 2020, heb ik als projectleider voor Veilig Thuis (implementatie strafbare kindermishandeling) en als projectleider voor de gemeente Den Haag voor samenwerking Straf en Zorg (pilot van twee politiebureaus) én als aanjager regionaal netwerk Straf en Zorg in opdracht van het ministerie weer veelvuldig samengewerkt met de partners van de ZSM.

Gezinsaanpak Rotterdam

 

In Rotterdam groeien vele kinderen op in armoede. Wat kan je het beste doen om dit aan te kaarten en het verschil te maken? In opdracht van de gemeente Rotterdam heb ik een project gestart. We begonnen helemaal bij het begin: ontmoetingen in een tweetal wijken met de vraag: “wat hebben jullie nodig?”. Een project ontstond al gauw, heel kleinschalig in samenwerking met welzijnspartijen, Frontlijn en scholen. Het project loopt nog steeds en is succesvol in het vinden van gezinnen, die buiten beeld bleven en een hele laagdrempelige aanpak.

Veilig Thuis registratiesysteem en bedrijfsplan

 

In januari 2015 ging Veilig Thuis van start als fusieorganisatie van het Steunpunt Huiselijk Geweld en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. In de WMO en Jeugdwet is verankerd wat Veilig Thuis moet doen. Maar in het eerste jaar moesten nog verschillende onderdelen worden ontwikkeld: een nieuw registratiesysteem, met daarin alle werkprocessen rondom adviezen, meldingen en onderzoeken verwerkt, en een bedrijfsplan voor de financiering van de producten van Veilig Thuis. Terwijl de transitie in Jeugd en Welzijn gaande was en de vragen aan Veilig Thuis diffuus en al gaande dit jaar duidelijker werden, moest onder grote druk het cliëntvolgsysteem op 1 januari 2016 draaien. Dit is gelukt!

Mjn rol: ik was verantwoordelijk in Haaglanden voor het vormgeven van het cliëntvolgsysteem en voor de landelijke afstemming hiervan met andere Veilig Thuis organisaties, ministerie en CBS. Daarnaast was ik de opdrachtgever van de ICT- ontwikkelaar om dit traject te voltooien.